IPCC en wetenschap verder uit elkaar dan ooit

Prof. Guus Berkhout

 

In haar zojuist uitgebrachte speciale rapport stelt het IPCC vast dat de mens de enige schuldige is aan mondiale opwarming

 

Inleiding:

In oktober 2018 is het Intergouvernmental Panel on Climate Change (IPCC) uitgekomen met een speciaal rapport (SR 1.5) dat de meest recente visie van het IPCC laat zien over oorzaak en aanpak van klimaatverandering.

Het is gebaseerd op conclusies en aanbevelingen van haar drie werkgroepen (Science, Impacts, Mitigation).

We zien dat in SR 1.5 geen sprake meer is van enige voorzichtigheid over (on)zekerheden.

Alle mondiale opwarming vanaf de kleine ijstijd wordt nu toegeschreven aan de mens.

Voorts wordt alarmfase rood aangekondigd.

Over 30 jaar (in 2050) moet ‘zero carbon emission’ een feit zijn, zo luidt het IPCC decreet.

 

Ik heb SR1.5 aandachtig bestudeerd en kan niet anders concluderen dat de gedachtegang nog maar weinig met integere wetenschap te maken heeft.

Metingen worden ‘gecorrigeerd’ en modelparameters worden ‘getuned’ om tot de gewenste politieke conclusies te komen.

In het volgende zal ik een kort resumé geven over wat we op dit moment wél en wat we niet weten van het klimaatsysteem.

Vervolgens volgt een korte samenvatting van SR1.5. Tenslotte eindig ik met harde conclusies en een epiloog over wetenschap en marxisme.

 

Wat weten we wel?

 

We weten dat het aardse klimaat altijd grote schommelingen heeft gekend.

We noemen dat de natuurlijke variaties.

Denk aan de laatste grote ijstijd van zo’n 2500 jaar geleden (de resten daarvan zijn in ons land nog steeds zichtbaar).

Maar denk ook aan de laatste kleine ijstijd rond 1600 met de prachtige ijstaferelen van de Hollandse meesters als getuigen.

Sinds 1900 kruipen we uit die kleine ijstijd naar een warmere periode.

Niet continu maar met horten en stoten.

In de laatste 20 jaar is er weinig of geen opwarming meer gemeten (in ieder geval niet binnen de meetnauwkeurigheid).

Figuur 1: Temperatuurverloop vanaf de kleine ijstijd (1900). Merk op de pauzen in de opwarming, met name in de laatste 20 jaar.

We weten ook dat de CO2 concentratie in de atmosfeer historisch laag is, maar dat het wel weer langzaam toeneemt, van 0,031% in 1950 tot 0,041% in 2018, dus met 0,01% in bijna 70 jaar. Interessant is dat, anders dan temperatuur, die percentages overal op aarde niet veel verschillen. Daarom kunnen we gemiddelde CO2 concentraties veel nauwkeuriger bepalen dan gemiddelde temperaturen.

In perioden dat er opwarming optreedt, zien we in bepaalde tijdperioden een positieve correlatie tussen CO2 en temperatuur.

Een voorbeeld is de periode 1980-2000. Maar let wel op, correlatie zegt nog niets over oorzakelijk verband!

 

Voorts weten we ook dat een hogere concentratie CO2 meer infrarode straling in de atmosfeer afvangt een daarmee een temperatuur-verhogend effect heeft.

Echter, H2O, dat in veel grotere hoeveelheden in de atmosfeer voorkomt, heeft met haar verschillende fasen (vast, vloeibaar, gas) een aanzienlijk groter temperatuureffect.

 

En we weten ook dat meer CO2 zorgt voor een groenere aarde. Immers, CO2 is de fundamentele bouwsteen voor al het leven op aarde. Tuinders in het Westland maken daar al jaren dankbaar gebruik van.

Het is dan ook geen verrassing dat in recent artikelen in Nature Climate Change

(ref. 1, 2) een oorzakelijk verband wordt gelegd tussen de hogere CO2 concentratie in de atmosfeer en het meetbaar groener worden van de aarde.

Tenslotte weten we ook dat in stedelijke gebieden menselijke activiteiten veel warmte veroorzaken. Steden zijn thermische hotspots. Ze veroorzaken het ‘urban heat-island effect’ op temperatuurmetingen.

Die metingen mogen dus niet meetellen. Vandaar dat weersatellieten veel betere metingen opleveren voor klimaatstudies. Die kennis zouden we volop moeten gebruiken

Figuur 2: IPCC voorspelling volgt CO2 toename, maar de gemeten temperatuur doet dat niet.

Al 20 jaar niet. Er moeten andere actoren dan CO2 actief zijn.

Wat weten we nog niet?

 

Klimaatverandering is een superpositie van natuurlijke variabiliteit én van verandering die veroorzaakt wordt door de mens.

Tot voor kort was er in de aardse klimaatgeschiedenis alleen sprake van natuurlijke variabiliteit (zeg tot 1900), maar we observeren nu dus de totale bijdrage van natuur en mens.

Helaas weten we niet welk deel van die totale bijdrage veroorzaakt wordt door de natuur en welk deel door de mens. Die splitsing in een natuurlijk en antropogeen deel noemen we decompositie.

Om zo’n decompositie uit te voeren hebben we veel meer kennis over het klimaatsysteem nodig.

 

Als CO2 de belangrijkste bijdrage aan opwarming zou geven, dan begrijpen we niet waarom de CO2 concentratie wél continu is opgelopen in de afgelopen 100 jaar, maar de temperatuur dat niet altijd heeft gedaan en soms zelfs het tegenovergestelde laat zien.

Er moeten dus andere actoren in het spel zijn, zoals we die al vóór 1900 kenden, om dat gedrag te verklaren.

 

We weten ook niet hoe we de complexe effecten van het wolkendek op de temperatuur van de atmosfeer moeten meenemen.

Het dek werkt als een soort ‘lekkend broeikasdak’ van onze atmosfeer dat voortdurend aan verandering onderhevig is.

H2O zou wel eens de grote klimaatregulator kunnen zijn, maar helaas we weten het nog niet goed genoeg (ref. 3).

 

We weten ook niet goed hoe de bodem van de ‘aardse broeikas’ zich gedraagt.

De grote verscheidenheid in de bodemsamenstelling en de daarmee gepaard gaande grote verscheidenheid in reflectie en absorptie eigenschappen (denk hierbij ook aan de warme en koude oceaanstromen).

Daardoor gedraagt het aardoppervlak zich als een buitengewoon complexe infrarode stralingsbron. Zie hier de werkelijkheid: De aardse atmosfeer (‘broeikas’) is opgesloten door een complex wolkendek (‘dak’) en een complex aardoppervlak (‘bodem’), waarvan we de thermische eigenschappen niet goed kennen.

 

Tenslotte, behalve gebrek aan kennis over dak en bodem, weten we ook niet hoe binnenin de ‘aardse broeikas’ de H2O en de CO2 cycli (fysisch + biologisch) in interactie met elkaar reageren op veranderingen vanuit het Universum (zonne- activiteit, kosmische straling).

Hier ligt onderzoek van de rijke aardse klimaat- geschiedenis, voordat de mens dominant werd, voor de hand. Maar we zien tot nu toe bij de klimaatbeweging weinig interesse in het klimaatverleden.

 

Samenvattend, we hebben te maken met een buitengewoon ingewikkeld klimaatsysteem dat veel complexe actoren kent.

Dat menselijke CO2 hier de dominante rol zou spelen is niet onmogelijk, maar lijkt wel erg onwaarschijnlijk. We zullen uit het volgende zien dat het IPCC juist de zaak omdraait: van erg onwaarschijnlijk naar vrijwel zeker. Hoe komt het IPCC aan zoveel zekerheid?

 

Het verhaal in SR1.5

Gelijk in het begin laat IPCC een temperatuurgrafiek zien die op zijn minst verbazing wekt

(zie figuur 3).

De opwarming in figuur 3 kent geen pauzes en dendert maar door, precies zoals de IPCC voorspellingen in figuur 2.

Alleen het stoppen van de menselijke CO2 emissie kan die opwarming nog tegenhouden, aldus het IPCC. In SR1.5 is ‘zero emission’ een decreet geworden (ref. 4).

Maar klopt de grafiek in figuur 3 wel?

Figuur 1, die de officiële metingen laat zien, geeft een heel ander beeld met duidelijke pauzen in de opwarming en lagere gradiënten. Met name de laatste 20 jaar.

Waarom is daar vanaf geweken? Waar komen die nieuwe metingen vandaan?

Maar nog belangrijker, of we nu figuur 1 of figuur 3 nemen, hoe weten we welk deel een natuurlijke oorsprong heeft en welk deel een antropogene?

IPCC stelt dat zo’n decompositie niet nodig is.

Immers, alles is de schuld van de mens. Tja, in het licht van het voorgaande kennisoverzicht, hoe komen ze daarbij?

En hoe komen ze aan zoveel zekerheid? Waarom zou de natuurlijke variabiliteit sinds 1900 zijn gestopt?

Figuur 3: IPCC’s temperatuur grafiek in SR1.5 laat een continue toename zien, die uitsluitend door antropogene CO2 wordt veroorzaakt.

Volgens IPCC zijn natuurlijke variaties te verwaarlozen.

Het is ook verontrustend dat SR1.5 geen enkele vermelding maakt van satellietmetingen.

Die hebben geen last van slechte sampling eigenschappen en ook niet van het ‘urban heat-island effect’.

Satellietmetingen laten een veel lagere opwarming gradiënt zien.

Als we daar ook nog eens de natuurlijke gradiënt vanaf zouden trekken, dan blijft er misschien wel heel weinig antropogeen over.

Er zijn recentelijk robuuste rekenmethoden voorgesteld die op een nieuwe manier gebruikmaken van de energiebalans en die daarmee de marginale opwarming van CO2 bevestigen.

Ze rekenen uit dat de invloed van CO2 verhoging op de temperatuur (‘climate sensitivity’) niet hoger kan zijn dan 1,0 graden Celsius, zie Lindzen and Choi (ref. 5).

Dat is beduidend lager dan de 1,50 - 4,50 graden van het IPCC.

Jammer dat in de SR1.5 hier niet naar wordt gerefereerd.

 

Niet alleen als we kritisch kijken naar de gepresenteerde IPCC metingen, maar ook als we kritisch kijken naar het gebruik van de IPCC rekenmodellen worden de zorgen alleen maar groter.

Mijn lange ervaring met dit soort rekenmodellen (gebaseerd op gediscretiseerde differentiaalvergelijkingen) is dat als er veel parameters worden gebruikt in vergelijking met het aantal metingen, je alles kan laten kloppen en voorspellingen geen enkele waarde hebben.

Let wel, in serieus onderzoek moet je niet alleen de oplossing maar moet je ook de statistiche significantie van de oplossing laten zien.

Ik ben het woord ‘statistical significance’ niet tegen gekomen.

Voosen (ref. 6) en Hourdon et al (ref. 7) bevestigen dat er met de IPCC rekenmodellen net zo lang wordt ‘getuned’ totdat het juiste politieke antwoord er uit komt. Waarom werd er in SR1.5 ook niet naar deze relevante publicaties gerefereerd?

 

Conclusies

  1. IPCC en integere wetenschap raken steeds verder van elkaar verwijderd. Het heeft er alle schijn van dat de apocalyptische IPCC boodschap eerst wordt geformuleerd en dat voorts metingen en modelresultaten daaraan worden aangepast om een façade van geloofwaardigheid op te trekken (vergelijk figuur 2 met figuur 3). Wetenschappelijke informatie met een andere boodschap is nog steeds niet welkom. Het gevolg is dat in de afgelopen 25 jaar de wetenschappelijke inzichten van het IPCC nauwelijks zijn veranderd.

  2. We hebben laten zien dat alle beschikbare wetenschappelijke kennis er op wijst dat het niet erg waarschijnlijk is dat antropogene CO2 een dominante rol zou spelen in klimaatverandering. Echter, IPCC draait dat in SR1.5 helemaal om en concludeert, zonder enig voorbehoud, dat alle opwarming na de kleine ijstijd afkomstig is van de mens.

  3. Bewijsvoering wordt gevoerd met dubieuze grafieken en bedenkelijke modelleringen. Statistische samenhang (‘correlatie’) en oorzakelijk verband (‘causaliteit’) worden door elkaar gehaald.

  4. Het IPCC verdiept zich nauwelijks in het verleden van het aardse klimaat. Immers, de veelvuldige klimaatveranderingen in het verleden waren volledig van natuurlijke oorsprong. Zo komt bijvoorbeeld het verleden met aanwijzingen dat verandering in CO2 concentratie niet de oorzaak maar het gevolg is van klimaatverandering. Geen woord hierover in SR1.5.

  5. Ook het positieve aspect van meer CO2 in de atmosfeer, leidend tot een groenere aarde, geen gehoor krijgt in de klimaatbeweging en ook in SR1.5 volledig afwezig is. We willen toch een groenere aarde? We hebben toch een grotere landbouwproductiviteit nodig?

 

Epiloog 1: Waarheidsvinding

 

Integere wetenschappers maken met veronderstellingen en reeds bestaande kennis nieuwe wetenschappelijke modellen.

Vervolgens worden met metingen die modellen gevalideerd en verbeterd.

Dat is veelal een langzaam en moeizaam proces. Hoe beter de metingen, des te succesvoller dat proces.

Vaak vertellen metingen dat het model helemaal niet te klopt en moet een andere onderzoekslijn worden gezocht.

Maar als je niet gebruik kan of wil maken van metingen, kom je er nooit achter of je model wel de werkelijkheid beschrijft.

 

Bij het IPCC lijkt dat het geval. Sinds 1992 wordt er verkondigd dat de mens de opwarming van de aarde veroorzaakt en dat de klimaatgevoeligheid van CO2 ligt tussen de 1,50 en 4,50 graden Celsius.

Dus al 25 jaar! Omdat de IPCC modellen niet worden gevalideerd, is het geen verrassing dat er in al die 25 jaar geen enkele vooruitgang is geboekt.

Als je metingen niet wil nemen als inspiratiebron, is stilstand het resultaat.

 

Het klimaatsysteem is uitermate complex en vraagt om een open systeem waarbij alle wetenschapsgebieden welkom zijn bij te dragen.

En het vraagt ook om een open systeem waarbij dwarsdenkers welkom zijn.

En het vraagt vooral ook om investeringen in nieuwe experimentele faciliteiten.

Zoals dat in alle andere wetenschapsgebieden gebeurt, hebben we kwaliteitsmetingen nodig om ons de weg te wijzen hoe het klimaatsysteem in elkaar zit (ref. 8).

 

Waarom laten internationale wetenschappelijke organisaties niets van zich horen?

Let wel, de wetenschap wordt in SR1.5 op grove wijze misbruikt voor de ideologie van de klimaatbeweging.

Met als gevolg dat in naam van de wetenschap de samenleving duizenden miljarden dollar moet gaan uitgeven aan zaken die hoogst waarschijnlijk volledig onzinnig zullen blijken.

 

Epiloog 2: Klimaatmarxisme

 

Tenslotte, voor wie nog twijfelt, hierbij enkele onthullende citaten van topbestuurders van de UN die zich over klimaatverandering uitlaten:

 

Maurice Strong (bezieler van de IPCC-UN-conferentie in RIO) schreef al in 1979 in het National Review Magazine:

“Frankly, we may get to the point where the only way of saving the world will be for industrial civilization to collapse. What if a small group of world leaders were to conclude that the principal risk to the Earth comes from the actions of the rich countries? In order to save the planet, the group decides: Isn't the only hope for the planet that the industrialized civilizations collapse? Isn't it our responsibility to bring that about?”

 

Otmar Edenhofer IPCC co-chair: “We redistribute de facto the world’s wealth by climate policy……. One has to free oneself from the illusion that international climate policy is environmental policy. This has almost nothing to do with environmental policy anymore….”

 

Timothy Wirth, IPCC task force, VS senator (Democrat), UN Foundation, zei met een ontwapenende eerlijkheid: “We’ve got to ride this global warming issue. Even if the theory of global warming is wrong, we will be doing the right thing in terms of economic and environmental policy.

 

Als dit de verborgen UN agenda is van ‘Climate Change’, wat voor nut heeft het dan nog om een wetenschappelijk debat met deze mensen te voeren? Wordt het niet hoog tijd dat we het grote publiek gaan inlichten over wat er werkelijk aan de hand is?

 

Referenties

  1. Zaichun Zhu et al, 2016, Greening of the Earth and its drivers, Nature Climate Change

  2. T. F. Keenan et al, 2018, Greening of the land surface in the world's cold regions consistent with recent warming, Nature Climate Change

  3. Arthur Rörsch, 2018, In search of regulatory processes in the global atmosphere, https//:www. arthurrorsch.com

  4. J. Ray Bates, 2018, Deficiencies in the IPCC’s Special Report on 1.5 degrees, GWPF, London

  5. Lindzen RS and Choi Y, 2011, ‘On the observational determination of climate sensitivity and its impli- cations’. Asia-Pacic Journal of Atmospheric Science

  6. Voosen P, 2016, Climate scientists open up their black boxes to scrutiny, Science

  7. Hourdin F et al, 2017, ‘The art and science of climate model tuning’. Bulletin of the American Meteorological Society

  8. Guus Berkhout, 2018, Climate Change, In search of the truth, Speakers Academy, Rotterdam

 

Guus Berkhout is emeritus hoogleraar geofysica aan de TU Delft, directeur van het Centre for Global Socio-Economic Change en lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).