Windturbines zijn niet schoon of groen en leveren wereldwijd geen enkele zinvolle hoeveelheid energie op

De Global Wind Energy Council bracht onlangs haar nieuwste rapport uit, enthousiast meldend dat het aandeel van windenergie in de mondiale energiemarkt in een razend tempo groeit.

Dit naar aanleiding van het bericht dat er vorig jaar over de gehele wereld meer dan 54 gigawatt aan windkracht is geïnstalleerd.

 

U krijgt misschien door dergelijke aankondigingen en door de alom aanwezige foto’s en filmpjes van windturbines in vele tv-reclames of nieuwsitems over groene energie de indruk dat windenergie tegenwoordig een grote bijdrage levert aan de wereldwijde opwekking van energie.

U kunt er niet veel verder naast zitten.

Zijn bijdrage is nog steeds, na decennia - ja zelfs eeuwen - van ontwikkeling, triviaal tot op het punt van totale irrelevantie.

Hier een quizvraag:

 

Op het dichtstbijzijnde hele getal, welk percentage van het wereldwijde energieverbruik werd geleverd door windenergie in 2014, het laatste jaar waarvoor betrouwbare cijfers bestaan?

Was het 20 procent, 10 procent of 5 procent?

Geen van bovenstaande: het was 0 procent.

 

Dat wil zeggen, op het dichtstbijzijnde hele getal is er geen enkele zinvolle bijdrage van windenergie aan de wereldwijde behoefte aan energie.

Zelfs samen leveren wind en zonne-energie minder dan 1 procent van de wereldwijde vraag naar energie.

Uit de 2016 Key Trends van het Internationaal Energieagentschap blijkt dat wind 0,46 procent van het wereldwijde energieverbruik in 2014 opleverde, en zonne- en getij gecombineerd 0,35 procent.

Onthoud dat dit het percentage van de totale hoeveelheid verbruikte energie is, niet alleen van elektriciteit.

In Nederland neemt elektriciteit maar 13 % van alle benodigde energie voor z’n rekening, waarvan 75% wordt verbruikt door het bedrijfsleven en de industrie.

Dit geeft ook aan dat de ernstig overdreven claims van de windindustrie over de bestemming van de opbrengst van hun windturbines totaal niet overeenkomen met de werkelijkheid. 

Dit omdat ze in hun reclames alleen in grote aantallen huishoudens rekenen als het over de vermeende opbrengst van hun windturbines gaat.

 

De rest van onze energie wordt geleverd door fossiele brandstoffen die het zware werk doen voor warmte, transport en industrie.

 

Deze cijfers zijn niet moeilijk te vinden, maar je komt ze niet tegen in rapporten over energie wanneer die afkomstig zijn van de structureel onbetrouwbare windlobby.

Hun truc is om zich te verschuilen achter de bewering dat bijna 14 procent van de energie in de wereld hernieuwbaar is, met de vermelding dat dit voornamelijk wind- en zonne-energie is.

In feite is de overgrote meerderheid hiervan, namelijk 75% biomassa (voornamelijk hout) en een zeer groot deel daarvan is 'traditionele biomassa'.

Dat zijn dan voornamelijk stokken, boomstammen en mest die door de armen in hun huizen wordt verbrand om mee te koken.

Die mensen hebben die energie nodig, maar ze betalen een hoge prijs in gezondheidsproblemen veroorzaakt door rookinhalatie.

Zelfs in rijke landen die enorm investeren in gesubsidieerde wind en zon, komt een groot deel van de hernieuwbare energie uit hout en waterkracht, de betrouwbare hernieuwbare energiebronnen.

Ondertussen groeit de wereldwijde vraag naar energie al 40 jaar met bijna 2 procent per jaar.

Tussen 2013 en 2014, volgens gegevens van het IEA (Internationaal Energieagentschap) , groeide het energieverbruik met iets minder dan 2.000 terawattuur.

 

Als alleen windturbines die groei zouden moeten leveren, maar niet meer, hoeveel zouden er dan elk jaar moeten worden gebouwd?

 

Het antwoord is bijna 350.000, omdat een turbine van twee megawatt ongeveer 0,005 terawatt-uur per jaar kan produceren.

Dat is anderhalf keer zo veel als in de gehele wereld is gebouwd sinds overheden in de vroege jaren 2000 begonnen zijn met grote hoeveelheden belastinggeld in deze zogenaamde industrie te gieten.

Bij een dichtheid van ruwweg 20 hectare per megawatt, typerend voor de meeste windparken, zou voor deze jaarlijks benodigde hoeveelheid windturbines een landoppervlak nodig zijn van 7,5 keer Nederland.

En dit elk jaar!

Als we dit 50 jaar volhouden, zouden we een gebied ter grootte van 1/8 van de het landoppervlak van de aarde, namelijk 17 miljoen vierkante kilometer (even groot als het oppervlak van Rusland, het grootste land ter wereld) met windparken hebben bedekt.

Bedenk dat dit alleen al nodig zou zijn om aan de toegenomen vraag naar energie te voldoen, niet om de bestaande vraag uit fossiele brandstoffen over te nemen die momenteel 80 procent van de wereldwijde energiebehoeften leveren. Deze hebben nu eenmaal een veel hogere energiedichtheid dan wind en er is niets dat dit kan veranderen.

 

Laat u niet wijsmaken dat windturbines efficiënter kunnen worden

 

Er is een limiet aan de hoeveel energie je kunt onttrekken aan bewegende lucht (de Wet van Betz) en windturbines naderen die grens.

Hun daadwerkelijke opbrengst wordt bepaald door de wind die beschikbaar is, en die varieert van seconde tot seconde, van dag tot dag, van jaar tot jaar.

Als machines zijn windturbines al behoorlijk goed; het probleem is de windbron zelf en die kunnen we niet veranderen.

Het is een sterk fluctuerende stroom van bewegende lucht met een lage energiedichtheid.

De energiedichtheid van windenergie is maar iets meer dan één watt per vierkante meter.

De mensheid stopte niet voor niks al lang geleden met het gebruik van wind als energiebron voor transport en voor het opwekken van mechanische kracht en dit om gegronde redenen.

Wind is gewoon niet erg bruikbaar, zeker niet als betrouwbare en stabiele energiebron in een moderne hoogtechnologische maatschappij.

Windturbines en hun effect op het milieu

Wat betreft de milieueffecten zijn de directe effecten van windturbines, zoals het doden van vogels en vleermuizen al erg genoeg.

De overlast voor de mens van plaatsing in bewoond gebied zorgt intussen ook voor steeds meer overlast en gezondheidsproblemen, dit door geluidshinder, visuele overlast en slagschaduw.

 

Maar daarnaast zijn er ook ernstige milieueffecten die zich elders afspelen.

Ver buiten ons zicht, in China. Daar ontstaat extreme vervuiling die wordt veroorzaakt door de winning van de zeldzame aardmetalen die benodigd zijn voor productie van de magneten die gebruikt worden in de generatoren van de windturbines.

Hierbij ontstaat giftig en radioactief afval op een epische schaal. Daarom alleen al is de uitdrukking 'schone energie' als je praat over windenergie eigenlijk een morbide grap.

 

 

 

Intussen vormen de honderdduizenden afgedankte van glasvezel gemaakte rotorbladen een steeds groter afvalprobleem.

Ze kunnen niet worden hergebruikt en worden daarom gedumpt op vuilstortplaatsen.

Op bovenstaande foto ziet u de helft van één van de drie van glasvezel vervaardigde rotorbladen in aanbouw, benodigd voor een mega-windturbine. Daarvan zijn er dus zes vereist en voor de fabricage ervan verbruikt men enorme hoeveelheden uit aardolie gemaakte chemicaliën. 

De materiaalbenodigdheden voor de bouw van een moderne windturbine zijn onderzocht door de US Geological Survey.

Gemiddeld vereist 1 megawatt windvermogen 103 ton roestvrij staal, 402 ton beton, 6,8 ton glasvezel, 3 ton koper en 20 ton gietijzer. De bladen zijn gemaakt van glasvezel, de toren van staal en de basis van beton.

Glasvezel wordt geproduceerd uit door de petrochemische industrie vervaardigde chemicaliën, wat betekent dat een windturbine niet kan worden gemaakt zonder de winning van olie en aardgas.

Staal is gemaakt van ijzererts. Het winnen in mijnen van deze erts vereist brandstoffen met een hoge energiedichtheid, zoals diesel. Voor het vervoer van erts naar staalfabrieken is wederom diesel nodig.

Het omzetten van ijzererts in staal vereist een hoogoven, die grote hoeveelheden kolen of aardgas verbruikt.

Cement wordt ook vaak gemaakt met behulp van steenkool.

Het mechanisme van 'schone' hernieuwbare energiebronnen is volledig afhankelijk van de fossiele brandstofeconomie en daarbij grotendeels van steenkool.

Windturbines hebben ongeveer 200 keer zoveel materiaal per eenheid opgewekte energie nodig als een moderne gasturbine in een elektriciteitscentrale.

 

Nog een belangrijk punt: Een groot aantal van de windturbinefuncties gebruiken elektriciteit waar men niet op kan vertrouwen dat de turbine deze zelf zal kunnen genereren - functies zoals bladhoekverstelling, kruimotoren, lichten, controllers, communicatie, sensoren, gegevensverzameling, olieverwarmer, pomp, koeler, filtersysteem in versnellingsbakken en nog veel meer.

 

Windturbines kunnen dus niet worden gebouwd en kunnen niet op grote schaal functioneren zonder fossiele brandstoffen.

Een windturbine van twee megawatt weegt ongeveer 250 ton, inclusief de toren, gondel en rotorbladen.

Het kost ongeveer een halve ton steenkool om een ​​ton staal te maken.

Voeg nog eens 25 ton steenkool toe voor het maken van het cement voor de fundering en je hebt het over 150 ton steenkool per turbine.

Als we nu 350.000 windturbines per jaar (of een kleiner aantal grotere) willen bouwen, puur en alleen om de jaarlijks stijgende vraag naar energie bij te houden, dan is daarvoor 50 miljoen ton steenkool per jaar nodig.

Dat is ongeveer de helft van de productie van alle steenkoolmijnen in de EU.

Het nut van deze cijfers is dat ze aantonen dat het volledig zinloos is om zelfs maar te denken dat windenergie ooit een wezenlijke bijdrage zal kunnen leveren aan de wereldwijde energievoorziening zonder de planeet te verpesten.

En dan hebben we het ook nog niet gehad over het grootste taboe, het echte probleem op onze planeet, namelijk het feit dat de wereldbevolking momenteel toeneemt met ongeveer 225.000 mensen per dag.

 

 

 

 

We zullen ons hoe dan ook moeten richten op het verplaatsen van elektriciteitsopwekking, warmte en transport naar aardgas, waarvan de economisch winbare reserves - dankzij horizontaal boren en hydraulisch breken - veel overvloediger aanwezig blijkt te zijn dan we ooit hadden durven dromen.

Er is nog voor 160 jaar aan aardgasreserves aanwezig. (Voor kolen zelfs voor nog ruim 400 jaar.)

Aardgas is de schoonste fossiele brandstof met de laagste uitstoot, dus de emissie kan zelfs dalen, terwijl onze welvaart in takt blijft.

 

En laten we wat van die behouden welvaart in de ontwikkeling van thoriumcentrales en kernfusie stoppen, zodat deze technieken het in de tweede helft van deze eeuw van het aardgas kunnen overnemen.

Dat is pas een echt een ingenieuze en schone toekomst.

Al het andere is slechts een politieke verplaatsingsactiviteit, een die feitelijk contraproductief is als zogenaamd instrument voor het klimaatbeleid.

 

En wat is eigenlijk nog het ergste van alles, de windindustrie berooft op een schandelijke manier de armen om de rijken nog rijker te maken. Laat u niet langer door de propaganda misleiden.

Het draait in de windindustrie namelijk maar om één ding: geld en wel het door de initiatiefnemers binnenharken van zo veel mogelijk subsidiegelden. 

Het staat namelijk vast: door de geplande mega-investeringen in de opwekking van windenergie zullen de energiekosten de komende jaren extreem gaan stijgen.

De op ons voorlopende “gidslanden” op windenergiegebied, Denenmarken en Duitsland, hebben dan ook  de hoogste stroomprijzen ter wereld.

Vooral in Duitsland heerst daardoor al op grote schaal energiearmoede.

Dit komt voornamelijk door de voor windenergie benodigde miljardensubsidies, die via de immer stijgende energierekening bij de burger worden opgehaald .

 

 

 

 

Het verwarmen en verlichten van je woning is daar voor honderdduizenden al een onbetaalbare luxe geworden.

Bij ons in Nederland is berekend dat bij een ongewijzigd beleid de kosten voor de windenergieplannen de grootste ingreep in de koopkracht van de burger kunnen gaan veroorzaken.

Voor iemand met het minimumloon zal de belastingverhoging op de energierekening al snel een onkostenpost van een maandsalaris per jaar kunnen gaan bedragen.

 

Bij onderstaand diagram: Let op het rode deel van het staafdiagram. Dat laat het aandeel van de belastingen in de stroomprijs zien.